31 maart 2020
Door: Martin de Boer

Zelden zijn financiële markten zo plotseling van een kabbelend beekje veranderd in een woeste rivier. De uitbraak van Covid-19 leek aanvankelijk een Chinees probleem te zijn waardoor de westerse economieën nauwelijks geraakt zouden worden, maar toen het virus zich in de tweede helft van februari verspreidde over de hele wereld sloeg de paniek toe en wisten beleggers niet hoe snel ze van hun risicovolle beleggingen af moesten. Snelheid is tegenwoordig alles op de aandelenmarkten.

Als zich een schok voordoet, willen professionele beleggers binnen seconden kunnen reageren. Dat heeft geleid tot computergestuurde handel (computers kunnen immers veel sneller rekenen, analyseren en handelen, dan mensen) en producten (ETF’s) waarmee je heel snel de exposure naar hele regio’s en sectoren kan afbouwen. Deze 2 componenten vormen tegenwoordig verreweg de grootste helft van de dagelijkse beurshandel. Dat heeft een belangrijke rol gespeeld in de snelheid en kracht van deze crash.

Als men het niet weet, is het credo “verkopen en daarna pas vragen stellen”.

Als beleggers ergens een hekel aan hebben, is het onzekerheid. Als men het niet weet, is het credo “verkopen en daarna pas vragen stellen”. De uitbraak van Covid-19 biedt tot op de dag van vandaag vooral heel veel onduidelijkheid. Toch lijkt de verkoopdruk de afgelopen dagen op te drogen en zien we een flink herstel. Hoe kan dat dan? Dat heeft te maken met de enorme snelheid waarin alles is gebeurd.

Op een gegeven moment droogt de verkoopdruk simpelweg op, omdat iedereen die dat wil (of moet) heeft verkocht en komen koopjesjagers tevoorschijn. De intrinsieke waarde van een aandeel wordt immers niet bepaald door de winst op dit moment en de komende kwartalen, maar gedurende alle toekomstige jaren. Door alle ellende en emotie op dit moment, vergeten beleggers dat, maar dat besef komt op een gegeven moment weer terug.

Het positieve aan een dergelijke crash die waarschijnlijk maar heel beperkt het verdienpotentieel van bedrijven op lange termijn aantast, is dat het waarschijnlijk nauwelijks invloed heeft op waar de koersen over 5 jaar staan. In die zin hebben beleggers de komende jaren dus mazzel, want alleen een normalisatie geeft al een heel mooi rendement.

Als zich een dergelijke crash voordoet, kijken analisten graag terug naar perioden in het verleden waarin het koersverloop een overeenkomstig verloop liet zien. Dat slaat eigenlijk natuurlijk nergens op, want de huidige situatie is niet te vergelijken met situaties tijdens vorige forse dalingen. Alleen al de opkomst van de hierboven beschreven computerhandel en ETF’s zorgt voor een compleet andere marktwerking.

Ook is de reactie van overheden en centrale banken nu heel anders dan gedurende de kredietcrisis van 2008, tijdens de oliecrisissen in de jaren ’70 of tijdens de grote depressie van de jaren ’30. Aan de andere kant blijkt uit veel onderzoeken dat de psychologie van beleggers wel telkens grote overeenkomsten vertoont en dat zij steeds door dezelfde emotionele fasen heen moet.

De ene keer duurt dat weken en de volgende keer kunnen daar vele kwartalen overheen gaan, maar uiteindelijk is het patroon heel herkenbaar. Daarmee komen we op het gebied van technische analyse, want daarin worden patronen geanalyseerd en op basis daarvan voorspellingen gedaan richting de toekomst.

Het meest opvallende aan de crash van de afgelopen weken is hoe plotseling het ons overviel en de snelheid van de daling van de koersen. De belangrijkste aandelenindices wereldwijd daalden 30 tot zelfs 40% in een periode van nog geen 4 weken. Over het algemeen beginnen beursdalingen langzaam en neemt de paniek pas toe als de daling geruime tijd gaande is en er geen verbetering op lijkt te treden. Nu begon de daling gelijk met een hele heftige daling en stopte het niet meer tot het vorige week (net zo plotseling) krachtig opveerde.

De enige beursdaling die aardig wat overeenkomsten vertoont met deze daling is de crash van 1987. Al gingen daar wel een aantal weken van gekwakkel en opbouwende spanning aan vooraf.

Toch zijn de overeenkomsten frappant. Een daling van zo’n 35% in enkele weken met vervolgens een snel herstel van ongeveer 20%. Het zal interessant zijn om te zien of ook het vervolg vergelijkbaar zal zijn.

S&P500 crash in 1987
S&P500 crash in 2020

Het is natuurlijk zeker niet ondenkbaar dat de aandelenmarkten in de komende maanden nog een keer omlaag gaan. Ook dat komt voor een deel door psychologie (en zagen we bijvoorbeeld ook na de crash van 1987). De meeste beleggers waren niet in de gelegenheid om hun risico’s af te bouwen voordat de daling in volle hevigheid losbarstte.

Ze hebben zich zorgen gemaakt over de dalende waarde van hun portefeuille en zich voorgenomen om bij een herstel de risico’s terug te brengen, want een dergelijke klap willen ze liever niet nog een keer meemaken. Daarbij worden ze gesterkt door de slechte economische cijfers die de komende tijd ongetwijfeld naar buiten zullen komen en bedrijven die waarschuwen voor tegenvallende resultaten in de eerste helft van 2020. De gevolgen van de noodzakelijke economische lock-down zijn immers fors en de steunpakketten  van overheden en centrale banken kunnen niet alles compenseren.

Toch is een volgende dalingsgolf zeker nog geen uitgemaakte zaak, want net als de daling begon door de razendsnelle computers die de gevolgen van de uitbraak van corona al doorrekenden voordat mensen daar weet van hadden, zullen deze computers ook nu een normalisatie van de economie voorzien voordat deze uit de daadwerkelijke cijfers blijkt.

Wanneer deze normalisatie zichtbaar wordt, is nog moeilijk te zeggen, maar voor de handelaren is het belangrijkst dat er een tijdsplanning gemaakt kan worden. Dat geeft houvast. Vervolgens kan gekeken worden of deze planning te positief of wellicht te negatief is.

We weten steeds beter waar we mee te maken hebben en met alle maatregelen van de afgelopen weken zal de verspreiding van Covid-19 de komende dagen en weken snel afnemen. Dat betekent echter helaas nog niet dat de economische schade dan geleden is. De komende weken moeten voorbereidingen getroffen worden om te voorkomen dat de verspreiding weer op gang komt op het moment dat we allemaal weer aan het werk gaan en ons sociale leven gaan oppakken. Er wordt hard gewerkt aan medicatie tegen het virus en ook de ontwikkelingen rondom een vaccin gaan sneller dan ooit tevoren.

Toch zal het nog het nog wel maanden duren voordat we hier op kunnen vertrouwen. Tot die tijd zal preventie de hoogste prioriteit hebben. We moeten manieren vinden om er snel achter te komen wie er besmet zijn en voorkomen dat deze in contact komen met mensen die het virus nog niet hebben gehad. Dat is de belangrijkste uitdaging in de komende tijd en als we daarin slagen, dan zal de economie, net als in China en Zuid Korea, over een aantal weken weer op gang komen en zal de schade te overzien zijn. Als dat niet voorspoedig gaat, kan het allemaal langer duren met alle gevolgen van dien.

Is zo’n crash vervelend? Absoluut!
Is een crash heel ernstig? Op zich niet, tenzij je een hele korte beleggingshorizon hebt.

Aandelenmarkten stijgen gemiddeld met zo’n 8% per jaar en tussentijds kunnen zich lange perioden voordoen dat de beurzen zowel boven als onder dit gemiddelde bewegen. De afgelopen 50 jaar bewogen de Amerikaanse aandelen zich steevast tussen 35% boven en 35% onder de 8%-groeilijn. Alleen tijdens de aandelen-bubble van eind jaren ’90 liepen de koersen hier compleet van weg. Deze overwaardering was mede de oorzaak van 2 hele forse bearmarkten in 2001-2002 en 2008-2009. Door de crash van de afgelopen weken zijn we van ruim boven de trendlijn weer terug gezakt tot onder de trendlijn. Dat zegt nog niets over de korte termijn, maar biedt wel een betere uitgangspositie voor de lange termijn.

S&P500 index sinds 1970